Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Medeplegen oplichting. Post Vidgen-jurisprudentie, geen schending artikel 6 EVRM . Betrouwbaarheid getuigenverklaringen. Verdachte is als makelaar betrokken bij oplichting hypotheekbanken door voor kopers een gefingeerd dienstverband te regelen zodat zij een hypothecaire geldlening konden verkrijgen. Tevens leegtrekken bouwdepots.

Uitspraak



Rechtbank Rotterdam

Team straf 3

Parketnummer: 10/765047-11

Datum uitspraak: 15 mei 2017

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] , [woonplaats verdachte] ,

raadsvrouw mr. A. Heida, advocaat te Dordrecht.

1 Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 6, 10 en 11 april 2017 en 15 mei 2017.

2 Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 Eis officier van justitie

De officieren van justitie mr. Oosterveld en mr. Dhoen hebben gevorderd:

bewezenverklaring van het onder 1 en 2 ten laste gelegde;

veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest.

4 Waardering van het bewijs

4.1.

Bewijswaardering

4.1.1.

Standpunt verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten.

Ad feit 1: De verdediging heeft betoogd dat de verklaringen van de medeverdachten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] onbetrouwbaar zijn en niet kunnen niet worden gebruikt voor het bewijs. Ten aanzien van de verklaringen van [naam medeverdachte 2] geldt bovendien dat het gebruik van deze verklaringen in strijd zou zijn met artikel 6 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). De verdediging heeft haar ondervragingsrecht niet kunnen uitoefenen omdat [naam medeverdachte 2] zich bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. De verklaring van de medeverdachte [naam medeverdachte 4] biedt geen duidelijk bewijs dat sprake was van een gefingeerd dienstverband. Dit betekent dat niet is vast te stellen dat daadwerkelijk in strijd met de waarheid de stukken zijn ingediend ter verkrijging van hypothecaire geldleningen.

Ook als de rechtbank de laatste verklaring van [naam medeverdachte 1] wel volgt, blijkt daaruit niet meer dan dat [naam verdachte] wist van een gefingeerd dienstverband. Ook in dat geval was de rol van de verdachte van onvoldoende gewicht om te spreken van een bewuste en nauwe samenwerking.

Ad feit 2: De verdediging betoogt dat de verklaringen van de betrokken aannemers onbetrouwbaar zijn en niet als bewijs kunnen dienen. Ditzelfde geldt voor de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] , waarbij ten aanzien van de verklaringen van [naam medeverdachte 2] ook hier geldt dat het gebruik ervan in strijd is met het bepaalde in artikel 6 EVRM . Uit de verklaring van [naam medeverdachte 4] volgt niet dat de verdachte wist van valse verbouwingsplannen en facturen en dat hij op voorhand wist dat de verbouwingswerkzaamheden niet zouden worden uitgevoerd. Voorts is niet gebleken dat de verdachte de stukken zelf bij de banken heeft ingediend ter uitbetaling van de bouwdepots.

4.1.2.

Beoordeling

Inleiding De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.

[naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] hebben in de periode 2005/2006 elk 2 appartementen gekocht van [naam medeverdachte 1] , de (feitelijk) eigenaar van deze appartementen. De verdachte trad bij al deze transacties als makelaar op namens zowel de kopers als de verkoper. Het passeren van de akte van levering en de hypotheekakte van de telkens twee appartementen vond steeds bij twee verschillende notarissen plaats, telkens in een tussenliggend tijdsbestek van circa een uur. De verdachte was met de kopers bij de notaris aanwezig en bracht de kopers van de ene notaris naar de volgende.

De kopers hebben niet aan hun financiële verplichtingen richting de hypotheeknemers (de banken) voldaan. De appartementen zijn uiteindelijk allemaal executoriaal verkocht voor bedragen die (aanzienlijk) onder de eerdere aankoopprijs lagen.

Voor iedere hypotheekaanvraag werd telkens een werkgeversverklaring, een arbeidscontract en een loonafrekening overgelegd, die was opgesteld namens de werkgever [naam bedrijf 1] . Geen van de kopers heeft daadwerkelijk bij [naam bedrijf 1] . gewerkt. Er is steeds over enkele maanden loon betaald, waarna de loonbetalingen zijn gestopt. [naam medeverdachte 1] was in die periode werkzaam als boekhouder bij [naam bedrijf 1] .

Bij de financiering van de zes appartementen is steeds door de banken geld ter beschikking gesteld in de vorm van een bouwdepot. Ten aanzien van elk appartement zijn er verbouwingsplannen en facturen ter zake van verbouwingen bij de banken ingediend. Er hebben uiteindelijk (nagenoeg) geen verbouwingswerkzaamheden plaatsgevonden. Het geld uit de bouwdepots is opgenomen en is niet meer teruggeboekt.

Geen schending van artikel 6 EVRM

Namens de verdachte is bepleit dat artikel 6 EVRM wordt geschonden als een veroordeling van de verdachte in belangrijke mate wordt gebaseerd op de verklaringen van de medeverdachte [naam medeverdachte 2] zoals hij deze bij de politie heeft afgelegd. De verdediging is immers niet in de gelegenheid geweest deze getuige te bevragen, aangezien deze getuige zich bij zijn verhoor bij de rechter-commissaris op zijn verschoningsrecht heeft beroepen. Bovendien is er volgens de verdediging niet voldoende steunbewijs voorhanden.

In het licht van de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van een getuige in een geval als de onderhavige eerst dan niet in strijd met artikel 6, eerste lid en derde lid, aanhef en onder d, EVRM , indien de onmogelijkheid deze getuige te ondervragen op andere wijze voldoende is gecompenseerd of de betrokkenheid van de verdachte in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen en dit steunbewijs betrekking heeft op die onderdelen van diens verklaring die door de verdachte zijn betwist. De rechtbank verwijst in dit verband naar onder meer de uitspraak van het EHRM van 10 juli 2012, ( [naam 1] tegen Nederland, ECLI:NL:XX:2012:BX3071LJN BX3071) en de uitspraak van de Hoge Raad van 29 januari 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BX5539).

De rechtbank stelt vast dat de verdediging niet in de beperking van het ondervragingsrecht is gecompenseerd. De vraag die vervolgens voorligt, is of de betrokkenheid van de verdachte ten aanzien van de aan hem ten laste gelegde feiten in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen, zodat de verklaringen van [naam medeverdachte 2] toch voor het bewijs kunnen worden gebezigd. Naar het oordeel van de rechtbank is dat het geval. Zowel de medeverdachte [naam medeverdachte 3] als [naam medeverdachte 4] verklaren ten aanzien van beide feiten op essentiële punten in vergelijkbare zin als [naam medeverdachte 2] over de werkwijze van de verdachte. Deze verklaringen met betrekking tot het eerste feit vinden bovendien onder meer steun in de verklaring die de medeverdachte [naam medeverdachte 1] als getuige ter zitting heeft afgelegd. De verklaringen met betrekking tot het tweede feit vinden onder meer steun in de verklaringen van de betrokken aannemers.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel - zoals hieronder nader zal worden gemotiveerd - dat deze verklaringen van de medeverdachten en van de aannemers betrouwbaar zijn en kunnen worden gebruikt voor het bewijs. De rechtbank acht deze verklaringen zodanig specifiek dat deze de belastende verklaringen van [naam medeverdachte 2] in reële mate ondersteunen zodat de verklaringen van [naam medeverdachte 2] kunnen worden gebruikt voor het bewijs.

Feit 1

Betrouwbaarheid laatste verklaring [naam medeverdachte 1]

heeft ter zitting, gehoord als getuige in de zaak van verdachte, een uitgebreide verklaring afgelegd waarbij hij onder meer het volgende heeft verklaard: [naam medeverdachte 1] sprak met de verdachte af dat hij zijn appartementen mocht verkopen als hij een goede verkoopprijs kon realiseren. De verdachte vroeg op enig moment aan [naam medeverdachte 1] of het een probleem was als de koper, [naam medeverdachte 3] , twee woningen tegelijkertijd zou kopen. De verdachte gaf daarbij aan dat het de bedoeling was dat de koper in het ene huis zou gaan wonen en het andere zou gaan verhuren. Door de opbrengst van de huur zou de koper beide hypotheken kunnen betalen. Vervolgens bleek dat de koper, [naam medeverdachte 3] , geen hypotheek kon krijgen. [naam medeverdachte 1] verklaart dat hij en de verdachte toen op het idee kwamen om een dienstverband aan de koper te geven. Het loon zou worden verrekend met de commissie van de verdachte. De verdachte heeft de benodigde gegevens van de koper aan [naam medeverdachte 1] verstrekt, die op zijn beurt het administratieve gedeelte heeft geregeld. De arbeidsovereenkomst is getekend door de medeverdachte [naam medeverdachte 5] en meegegeven aan de verdachte. Later bleek de verdachte nog andere kopers te hebben die ook twee huizen wilden kopen. Bij die twee andere kopers is het eigenlijk op dezelfde manier gelopen, aldus nog steeds [naam medeverdachte 1] .

Anders dan de verdediging ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van dit onderdeel van de verklaring van [naam medeverdachte 1] . Dat [naam medeverdachte 1] eerder anderszins heeft verklaard, doet aan dit oordeel niet af. In zijn eerdere verklaringen heeft [naam medeverdachte 1] zijn eigen rol gebagatelliseerd. Ter zitting wilde [naam medeverdachte 1] , zo verklaarde hij, schoon schip maken. In de onderhavige verklaring dicht [naam medeverdachte 1] ook zichzelf een belangrijke rol toe in de oplichting. Het gegeven dat hij zichzelf niet spaart maar juist belast, vormt een belangrijke basis voor de (intrinsieke) betrouwbaarheid van zijn verklaring. Daarnaast wordt zijn verklaring met betrekking tot de rol van de verdachte op belangrijke onderdelen bevestigd door de hierna genoemde andere bewijsmiddelen waardoor deze verklaring aan betrouwbaarheid wint. Deze verklaring zal derhalve voor het bewijs worden gebruikt.

Betrouwbaarheid verklaringen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2]

De verdediging heeft uiteengezet dat de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] onbetrouwbaar zijn omdat hun verklaringen wisselen en zij zichzelf op diverse punten tegenspreken.

Naar het oordeel van de rechtbank stemmen de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] echter op essentiële onderdelen overeen. Zo verklaart [naam medeverdachte 2] dat de verdachte zei dat hij het wel kon regelen dat [naam medeverdachte 2] twee panden op zijn naam kon nemen. De verdachte zou alles voor hem regelen. Bij de tweede afspraak, bij café [naam horecagelegenheid 1] , had de verdachte een arbeidsovereenkomst meegenomen van [naam bedrijf 1] . De verdachte gaf aan dat [naam medeverdachte 2] daar op de loonlijst zou komen. Dat was om de huizen te krijgen. Hij zou daar niet gaan werken, aldus [naam medeverdachte 2] . [naam medeverdachte 2] verklaart dat verdachte hem vertelde dat wanneer de huizen eenmaal op naam van [naam medeverdachte 2] zouden staan, hij van de loonlijst van [naam bedrijf 1] . zou worden afgehaald. De verdachte had de notarissen geregeld. De verdachte zei hem dat het allemaal binnen een uur moest gebeuren.

Ook [naam medeverdachte 3] heeft verklaard dat, toen hij aangaf dat zijn inkomen ontoereikend was de verdachte zei dat hij het wel zou regelen. De verdachte regelde alle papieren. De verdachte heeft de werkgeversverklaring geregeld, aldus [naam medeverdachte 3] . De verdachte haalde [naam medeverdachte 3] op bij [naam coffeeshop] en reed met hem naar de twee notarissen. De aankopen moesten heel snel gaan, zo vertelde de verdachte aan [naam medeverdachte 3] .

De afgelegde verklaringen zijn op voornoemde punten voldoende consistent en gedetailleerd en door de onderlinge overeenkomsten geloofwaardig. Bovendien worden zij ondersteund door de hiervoor besproken verklaring van [naam medeverdachte 1] en de verklaringen van [naam medeverdachte 4] . Ook [naam medeverdachte 4] heeft immers verklaard dat de verdachte alles regelde. Ze spraken af bij coffeeshop [naam coffeeshop] , dan ging [naam medeverdachte 4] in de auto zitten en namen ze de papieren door. De verdachte wees aan wat [naam medeverdachte 4] moest tekenen. De verdachte zei dat het geen probleem was dat [naam medeverdachte 4] geen baan had, hij zou het regelen. De verdachte zei dat hij twee huizen kon kopen, dat hij een huis kon verhuren en van de huur beide huizen kon betalen. De verdachte regelde de hypotheek en de notaris. De verdachte reed met [naam medeverdachte 4] van de ene notaris naar de volgende.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] betrouwbaar moeten worden geacht en bruikbaar zijn voor het bewijs dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde oplichting heeft schuldig gemaakt. Het ter zake gevoerde verweer wordt verworpen.

Conclusie feit 1

Uit de verklaringen van de medeverdachten [naam medeverdachte 1] , [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 4] volgt dat de verdachte de rol vervulde van spin in het web bij de aan hem ten laste gelegde oplichting. Hij zocht de kopers uit, hij bedacht de constructie dat de kopers twee appartementen zouden kopen, dat de aktes binnen een uur bij twee notarissen moest worden gepasseerd zodat niet kenbaar was dat een koper twee appartementen kocht en deze dus niet beide kon aankopen voor eigen bewoning. De verdachte bedacht met [naam medeverdachte 1] de constructie dat er een arbeidsovereenkomst werd opgesteld door [naam bedrijf 1] . en dat enkele loonbetalingen zouden werden gedaan zodat de kopers in aanmerking kwamen voor een hypotheek. Uit de verklaringen van [naam medeverdachte 1] , de bankafschriften en ook uit de verklaring van de verdachte zelf blijkt bovendien dat hij met de verkoop van de appartementen aanzienlijk meer geld heeft verdiend dan de gebruikelijke makelaarscourtage.

De verdachte heeft zich in deze procedure beroepen op zijn zwijgrecht. Hij heeft daarmee geen enkel aanknopingspunt geboden om het tegen hem belastende bewijs te ontzenuwen. De in het dossier gevoegde verklaringen die de verdachte wel heeft afgelegd,

in de civiele procedure en in het afpersingsdossier tegen [naam medeverdachte 3] , bieden geen enkele steun voor enig mogelijk (overigens ook niet door de verdediging geopperd) alternatief scenario.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de verdachte de plannen heeft gemaakt voor de oplichting, (zeer) actief heeft bijgedragen aan de uitvoering van deze plannen en bovendien achteraf, toen de plannen succesvol ten uitvoer waren gebracht, royaal betaald is. De verdachte heeft hiermee een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan de oplichting en heeft gehandeld in bewuste en nauwe samenwerking met zijn medeverdachten.

Bewezen is derhalve dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het aan hem als feit 1 ten laste gelegde feit.

Ad feit 2

Betrouwbaarheid verklaringen aannemers

De verdediging heeft betoogd dat de verklaringen van de betrokken aannemers en van [naam medeverdachte 2] en [naam medeverdachte 3] niet betrouwbaar zijn en voorts dat de verklaringen van [naam medeverdachte 4] relevantie missen. De rechtbank verwerpt dit verweer.

De verschillende aannemers ( [naam aannemer 1] , [naam aannemer 2] en [naam aannemer 3] ) hebben verklaard van de verdachte opdracht te hebben gekregen voor het uitvoeren van de verbouwingswerkzaamheden en geld te hebben ontvangen uit de bouwdepots. Uit hun verklaringen blijkt voorts dat de verdachte in alle - ten laste gelegde - gevallen vervolgens de werkzaamheden heeft geannuleerd. Tevens volgt uit de getuigenverklaringen dat zij allen het ontvangen geld - al dan niet na inhouding van een bepaald percentage en al dan niet deels in natura - aan de verdachte hebben (terug)betaald.

Dit ligt weliswaar iets anders bij het bouwdepot ter zake van het appartement aan [straatnaam 1] . De aannemer [naam aannemer 4] heeft verklaard de opdracht te hebben ontvangen van de aannemer [naam aannemer 2] , die de opdracht vervolgens annuleerde en voorts dat hij het geld aan [naam aannemer 2] heeft terugbetaald. Deze verklaring wordt ondersteund door de bankopname door [naam aannemer 4] als ook door de verklaringen van de nieuwe kopers van het appartement over de slechte staat waarin het appartement verkeerde.

Dat de opdracht ook in dit geval afkomstig was van de verdachte kan naar het oordeel van de rechtbank worden opgemaakt uit de verklaring van [naam aannemer 2] ter zake, die aangeeft namens de verdachte als tussenpersoon te hebben gehandeld, in samenhang bezien met de gelijke handelswijze van de verdachte ten aanzien van de andere vijf bouwdepots.

De afgelegde verklaringen van de betrokken aannemers zijn op de essentiële punten aan elkaar gelijk en zijn op voornoemde punten consistent en gedetailleerd en door de onderlinge overeenkomsten geloofwaardig. Bovendien worden zij ondersteund door de diverse bankafschriften waaruit deze betalingen en terugbetalingen blijken, alsmede door de verklaringen van [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] (welke beide verklaringen de rechtbank om na te noemen redenen betrouwbaar acht) en de verklaring van [naam medeverdachte 4] .

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat deze verklaringen betrouwbaar moeten worden geacht en bruikbaar zijn voor het bewijs dat de verdachte zich aan de ten laste gelegde oplichting heeft schuldig gemaakt.

Betrouwbaarheid verklaringen [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2]

Zowel [naam medeverdachte 3] als [naam medeverdachte 2] verklaren dat er geen verbouwingswerkzaamheden hebben plaatsgevonden in de door hen gekochte appartementen en dat zij geen opdracht hebben gegeven tot het verrichten van verbouwingswerkzaamheden. Tevens verklaren zij beide over de betrokkenheid van de verdachte bij de bouwdepots. Zo heeft [naam medeverdachte 2] verklaard dat hij van de verdachte € 13.000,- cash heeft ontvangen uit het bouwdepot. [naam medeverdachte 3] geeft aan met de verdachte naar de bank te zijn gegaan voor het openen van een bankrekening voor het bouwdepot. Dat [naam medeverdachte 3] geld heeft ontvangen uit de bouwdepots blijkt overigens uit zijn bankafschriften.

[naam medeverdachte 4] verklaart eveneens dat de werkzaamheden op de factuur van de betreffende aannemer ( [naam aannemer 3] ), met uitzondering van het aanleggen van een vloer, niet zijn uitgevoerd. Tevens verklaart [naam medeverdachte 4] dat de verdachte hem meermalen belde over betalingen die te maken hadden met het bouwdepot. Bedacht zij dat een bouwdepot niets van doen heeft met de gebruikelijke werkzaamheden van een makelaar.

De afgelegde verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] in samenhang bezien met de verklaring van [naam medeverdachte 4] en de aannemers, zijn consistent en gedetailleerd en door de onderlinge overeenkomsten geloofwaardig. De rechtbank acht derhalve ook de verklaringen van [naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 2] betrouwbaar en daarmee bruikbaar om tot bewijs van het onderhavige feit te dienen. Het ter zake gevoerde verweer wordt derhalve verworpen.

Conclusie feit 2

Op basis van de verklaringen van de aannemers en van [naam medeverdachte 3] , [naam medeverdachte 2] , in onderling verband en samenhang bezien, stelt de rechtbank vast de verdachte ook ten aanzien van deze oplichting een rol vervulde van (mede)pleger. De verdachte gaf opdracht aan de betrokken aannemers, zodat er facturen waren waaruit de bouwwerkzaamheden bleken. Deze facturen waren nodig om de banken te bewegen tot uitbetaling van de bouwdepots over te gaan. De verdachte zat de kopers achter de broek zodat de uitbetalingen uit de bouwdepots ook daadwerkelijk werden verricht. Het was de verdachte die vervolgens steeds de opdrachten bij de aannemers annuleerde en het was tevens de verdachte die het (grootste deel van het) geld opstreek dat uit de bouwdepots werd onttrokken.

De verdachte heeft hiermee een significante en wezenlijke bijdrage geleverd aan deze oplichting. Voor wat betreft de bouwdepots die betrekking hadden op de [staatnaam] [huisnummer 1] en [huisnummer 2] , de [straatnaam 2] [huisnummer 3] en de [straatnaam 3] [huisnummer 4] heeft verdachte daarbij gehandeld in bewuste en nauwe samenwerking met zijn medeverdachten.

Bewezen is derhalve dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het (mede)plegen van het aan hem als feit 2 ten laste gelegde feit.

4.2.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 6 september

2005 tot en met 7 juni 2006, in de gemeenten Rotterdam en/of Ridderkerk

en/of Alkmaar en/of Nijkerk en/of Utrecht en/of Amersfoort,

tezamen en in vereniging met anderen, meermalen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen ,

- [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag

van (in totaal) 180.837 euro, voor de aankoop van

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam en;

- [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag van

(in totaal) 184.492 euro, voor de aankoop van

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam en;

- [naam bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag van

(in totaal) 134.250 euro, voor de aankoop van

het pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam en;

- [naam bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 138.530 euro,

voor de aankoop van het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam en;

- [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 154.000 euro,

voor de aankoop van het pand aan [straatnaam 1] [huisnummer 5] te Rotterdam

en;

- [naam bedrijf 7] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 181.500 euro,

voor de aankoop van het pand aan de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam,

immers hebben hij en zijn medeverdachten met voren omschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk in strijd met de waarheid ten aanzien van:

A. [naam bedrijf 2] een aanvraag financiering voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam d.d. 11 januari 2006

(Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 41-44) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 2] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 2] (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 46) en;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 2] ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 19 december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 45);

en

B. [naam bedrijf 3] een aanvraag financiering voor het voor het pand aan

de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam d.d. 28 december 2005

(Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 109-110) ingediend en/of doen indienen en ter

onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 3] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 2] d.d. 15 september 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 162-163) en;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] , gericht aan [naam medeverdachte 2] , over december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 164) en;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 2] ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 19 december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 165);

en

C. [naam bedrijf 4] een aanvraag financiering voor het pand aan de

[straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 113-114) ingediend

en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze financiering - onder

meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 4] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en [naam medeverdachte 3] d.d. 1 juli 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 159-160) en;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] , gericht aan

[naam medeverdachte 3] , over augustus 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 161) en;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 3] ondertekend door [naam bedrijf 1] , d.d. september 2005

(Dossier [naam medeverdachte 3] , pag. 162)

en

D. [naam bedrijf 5] een aanvraag financiering voor het pand aan

de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam d.d. 17 oktober 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] ,

p. 22-26) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze

financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen

verstrekken aan [naam bedrijf 5] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 3] d.d. 1 juli 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 43-44) en;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 3] , over augustus 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 42)

en;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 3]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. september 2005

(Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 40);

en

E. [naam bedrijf 6] een aanvraag financiering voor het pand

aan [straatnaam 1] [huisnummer 5] te Rotterdam ingediend en/of doen indienen en ter

onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 6] :

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 4]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 13 maart 2006

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 131) en;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 4] , over februari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 132);

en

F. [naam bedrijf 7] een aanvraag financiering voor het pand aan

de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam d.d. 8 mei 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] ,

p. 39-40) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze

financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen

verstrekken aan [naam bedrijf 7] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 4] d.d. 1 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 45-46) en;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 4] , over april 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 44)

en;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 4]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 27 april 2006

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 43),

waardoor hij en zijn medeverdachten aan de hypotheekverstrekkers:

[naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] en [naam bedrijf 4] en [naam bedrijf 8]

en [naam bedrijf 6] en [naam bedrijf 7] ,

ten behoeve van voornoemde financieringen, (telkens) een onjuist beeld met betrekking tot de kredietwaardigheid van [naam medeverdachte 2] en

[naam medeverdachte 3] en [naam medeverdachte 4] hebben voorgespiegeld, waardoor eerder

genoemde hypotheekverstrekkers (telkens) werden bewogen tot

bovenomschreven afgiften;

2A.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 7 september

2005 tot en met 26 juli 2006, in de gemeenten Rotterdam en/of Ridderkerk

en/of Alkmaar en/of Nijkerk en/of Utrecht en/of Amersfoort,

tezamen en in vereniging met anderen, meermalen,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen ,

- [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig

uit een bouwdepot) van (in totaal) 10.934 euro,

voor het monteren van een [naam 2] Keuken en het leveren van bad- en

toilet sanitair en voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 2] ,

p. 421-422) en;

- [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig uit een

bouwdepot) van (in totaal) 11.000 euro, voor

diverse werkzaamheden voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2]

te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 167) en;

- [naam bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig uit een

bouwdepot) van (in totaal) 10.230 euro, voor het

monteren van een [naam 2] Keuken en het leveren van bad- en toilet

sanitair en voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor het

pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 164-167) en;

- [naam bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 10.230 euro, in elk geval een

bedrag, voor het leveren en

monteren van een [naam 2] Keuken en voor het leveren van bad- en

toilet sanitair en voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor

het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 88-91) en;

immers hebben hij en/of zijn medeverdachten met voren omschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid ten aanzien van:

A. [naam bedrijf 2] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1]

te Rotterdam d.d. 11 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 420) ingediend en/of

laten indienen en ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur

d.d. 22 februari 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 2] ,

p. 422) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 2] ;

en

[naam bedrijf 3] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van verkrijging van

een bouwdepot) voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam

d.d. 4 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 166) ingediend en/of laten indienen

en ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur d.d.

18 februari 2006 uitgegeven door [naam aannemer 2] projectverzorging (Dossier

[naam medeverdachte 2] , p. 167) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 3] ;

en

[naam bedrijf 4] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van verkrijging van

een bouwdepot) voor het pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam d.d.

7 september 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 163) ingediend en/of laten indienen

en ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur d.d.

15 november 2005 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 165)

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 4] ;

en

[naam bedrijf 5] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4]

te Rotterdam d.d. 14 september 2009 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 87) ingediend en/of

laten indienen en ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur

d.d. 15 november 2005 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 3] ,

p. 91) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 5] ;

waardoor hij en zijn medeverdachten aan de verstrekkers van de

bouwdepots: [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] en/ [naam bedrijf 4] en

[naam bedrijf 5] ten behoeve van voornoemde financieringen (telkens) een

onjuist beeld met betrekking tot de (uit te voeren en/of

uitgevoerde) verbouwingswerkzaamheden ten aanzien van bovengenoemde panden

hebben voorgespiegeld, waardoor eerder genoemde verstrekkers van

de bouwdepots (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften.

2B.

hij in of omstreeks de periode van 7 september

2005 tot en met 26 juli 2006, in de gemeenten Rotterdam en/of Ridderkerk

en/of Alkmaar en/of Nijkerk en/of Utrecht en/of Amersfoort,

meermalen,

(telkens) met het oogmerk om zich wederrechtelijk te

bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen ,

- [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 8.000,00 euro, voor het leveren en plaatsen dubbelglas en het leveren en

plaatsen cv-installatie en algehele afwerking voor het pand aan [straatnaam 1]

[huisnummer 7] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 181-182) en;

- [naam bedrijf 7] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 11.063,10 euro, in elk geval

een bedrag, voor vloerafwerking en het leggen van laminaat met

ondervloer en het plaatsen van een nieuwe keuken inclusief electra en

water en gas en tuinaanleg en bestrating voor het pand aan

de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 97-98),

immers heeft hij met voren omschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk in strijd met de waarheid ten aanzien van:

A. [naam bedrijf 6] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan [straatnaam 1]

[huisnummer 5] te Rotterdam d.d. 15 maart 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 159)

ingediend en/of laten indienen en ter uitbetaling van het bouwdepot een

(valse) factuur d.d. 12 juni 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 10]

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p.182 ) verstrekt en/of doen verstrekken aan

[naam bedrijf 6] ;

en

[naam bedrijf 7] , ter uitbetaling van het bouwdepot voor het pand

aan de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam, een (valse) factuur d.d.

13 juni 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 11] (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 98)

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 7] ,

waardoor hij aan de verstrekkers van de

bouwdepots: [naam bedrijf 6] en [naam bedrijf 12]

ten behoeve van voornoemde financieringen (telkens) een

onjuist beeld met betrekking tot de (uit te voeren en/of

uitgevoerde) verbouwingswerkzaamheden ten aanzien van bovengenoemde panden

heeft voorgespiegeld, waardoor eerder genoemde verstrekkers van

de bouwdepots (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgiften.

De rechtbank begrijpt – gelet op het dossier en de context van het verhandelde ter terechtzitting – dat met de term ‘hypotheekverstrekker’ bedoeld wordt ‘hypotheeknemer/hypotheekbank’. Met betrekking tot dit punt is ter terechtzitting geen enkel misverstand ontstaan, zodat de rechtbank hier vanuit kan gaan.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

5 Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

feit 1 en feit 2A, telkens:

medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd

feit 2B, telkens:

oplichting

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6 Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7 Motivering straf

7.1.

Algemene overweging

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

7.2.

Feiten waarop de straf is gebaseerd

De verdachte heeft samen met medeverdachten een frauduleuze constructie opgetuigd, waarbij hij gebruik heeft gemaakt van valse arbeidsovereenkomsten en werkgeversstukken, die door de medeverdachte werden aangeleverd. Deze valse stukken zijn door de verdachte gebruikt om in totaal 6 hypotheekbanken te bewegen tot het verstrekken van een hypothecaire geldlening ten behoeve van de aankoop van 6 panden. Bovendien hebben de hypotheekbanken voor ieder pand gelden uitgekeerd voor een bouwdepot. Deze feiten leveren steeds oplichting op, deels in vereniging gepleegd.

De hypothecaire leningen die op basis van de valse stukken zijn verstrekt, werden door drie kopers gebruikt om elk twee panden te kopen. Deze kopers werden allen benaderd door de verdachte, die als tussenpersoon optrad. De kopers beschikten in werkelijkheid niet over voldoende inkomen om de hypotheeklasten te kunnen dragen, laat staan voor twee panden. De zes aangekochte panden zijn uiteindelijk executoriaal verkocht, waarbij de opbrengst ver is achtergebleven bij de verstrekte hypothecaire geldleningen. De verbouwingen die met de gelden uit de bouwdepots moesten plaatsvinden, zijn nooit gerealiseerd terwijl de gelden uit de bouwdepots grotendeels zijn weggesluisd richting de verdachte. De hypotheekbanken hebben hierdoor grote schade geleden terwijl ook de kopers tot de dag van vandaag worden geconfronteerd met hoge (rest)schulden. De verdachte heeft zijn eigen financiële gewin voorop gesteld.

7.3.

Persoonlijke omstandigheden van de verdachte

Strafblad

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van

10 maart 2017, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Voorts blijkt uit het strafblad dat de verdachte na de ten laste gelegde periode meerdere malen strafrechtelijk is veroordeeld, zodat toepassing dient te worden gegeven aan het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

7.4.

Conclusies van de rechtbank

Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies.

Straffen

Gezien de ernst van het de feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank zal echter afzien van het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. In dat kader is in de eerste plaats gelet op de ouderdom van de feiten, die ruim 11 jaar geleden zijn gepleegd. Voorts is, zoals hierna wordt overwogen, sprake van een forse overschrijding van de redelijke termijn. In plaats van een gevangenisstraf wordt daarom een taakstraf opgelegd.

Redelijke termijn

Bij de berechting van een zaak, waarbij geen sprake is van bijzondere omstandigheden heeft als uitgangspunt te gelden dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting dient te zijn afgerond met een eindvonnis binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn. De redelijke termijn vangt aan op het moment dat een verdachte in redelijkheid de verwachting kan hebben dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het openbaar ministerie een strafvervolging zal worden ingesteld. De inverzekeringstelling van een verdachte kan als een zodanige handeling worden aangemerkt. De verdachte is in de onderhavige zaak op 6 juni 2012 in verzekering gesteld. Op deze datum is de redelijke termijn derhalve aangevangen.

Naar het oordeel van de rechtbank is er in deze zaak geen sprake van bijzondere omstandigheden, die een langere looptijd rechtvaardigen.

Tussen de datum van de inverzekeringstelling en de datum van het eindvonnis ligt een periode van bijna 5 jaar. Nu in deze zaak, zoals hiervoor is overwogen, een termijn van maximaal 2 jaar redelijk is te achten, is er in de onderhavige zaak sprake van een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) van bijna 3 jaar. Nu deze overschrijding niet is toe te rekenen aan de verdachte, dient dit gecompenseerd te worden door vermindering van de op te leggen straf in omvang en zoals hiervoor reeds is overwogen, in modaliteit.

In het geval de redelijke termijn niet zou zijn overschreden, zou de rechtbank een gevangenisstraf hebben opgelegd voor de duur van 12 maanden. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de rechtbank echter aan de verdachte de maximale taakstraf opleggen van 240 uur.

8 Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d, 47, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht .

9 Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10 Beslissing

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, waarbij de Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de taakstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 236 (tweehonderdzesendertig) uren te verrichten taakstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 118 dagen.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E.I. Mentink, voorzitter,

mr. A.M.H. Geerars en mr. I.W.M. Laurijssens, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C.Y. de Lange, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op de datum die in de kop van dit vonnis is vermeld.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 september

2005 tot en met 7 juni 2006, in de gemeente(n) Rotterdam en/of Ridderkerk

en/of Alkmaar en/of Nijkerk en/of Utrecht en/of Amersfoort, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen, door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel

van verdichtsels,

- [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag

van (in totaal) 180.837 euro, in elk geval een bedrag, voor de aankoop van

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam en/of;

- [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag van

(in totaal) 184.492 euro, in elk geval een bedrag, voor de aankoop van

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam en/of;

- [naam bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van een (hypotheek)bedrag van

(in totaal) 134.250 euro, in elk geval een bedrag, voor de aankoop van

het pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam en/of;

- [naam bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 138.530 euro, in elk geval een bedrag,

voor de aankoop van het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam en/of;

- [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 154.000 euro, in elk geval een bedrag,

voor de aankoop van het pand aan [straatnaam 1] [huisnummer 5] te Rotterdam

en/of;

- [naam bedrijf 7] heeft bewogen tot de afgifte van een

(hypotheek)bedrag van (in totaal) 181.500 euro, in elk geval een bedrag,

voor de aankoop van het pand aan de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam,

in elk geval van enig goed/geldbedrag,

immers heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten aanzien van:

A. [naam bedrijf 2] een aanvraag financiering voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam d.d. 11 januari 2006

(Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 41-44) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 2] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 2] (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 46) en/of;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 2] ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 19 december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 45);

en/of

B. [naam bedrijf 3] een aanvraag financiering voor het voor het pand aan

de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam d.d. 28 december 2005

(Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 109-110) ingediend en/of doen indienen en ter

onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 3] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 2] d.d. 15 september 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 162-163) en/of;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] , gericht aan [naam medeverdachte 2] , over december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 164) en/of; - een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 2] ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 19 december 2005 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 165);

en/of

C. [naam bedrijf 4] een aanvraag financiering voor het pand aan de

[straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 113-114) ingediend

en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze financiering - onder

meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 4] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en [naam medeverdachte 3] d.d. 1 juli 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 159-160) en/of;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] , gericht aan

[naam medeverdachte 3] , over augustus 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 161) en/of;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 3] ondertekend door [naam bedrijf 1] , d.d. september 2005

(Dossier [naam medeverdachte 3] , pag. 162)

en/of

D. [naam bedrijf 5] een aanvraag financiering voor het pand aan

de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam d.d. 17 oktober 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] ,

p. 22-26) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze

financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen

verstrekken aan [naam bedrijf 5] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 3] d.d. 1 juli 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 43-44) en/of;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 3] , over augustus 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 42)

en/of;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 3]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. september 2005

(Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 40);

en/of

E. [naam bedrijf 6] een aanvraag financiering voor het pand

aan [straatnaam 1] [huisnummer 5] te Rotterdam d.d. 31 maart 2006

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 125-127) ingediend en/of doen indienen en ter

onderbouwing van deze financiering - onder meer - de volgende stukken

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 6] :

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 4]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 13 maart 2006

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 131) en/of;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 4] , over februari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 132);

en/of

F. [naam bedrijf 7] een aanvraag financiering voor het pand aan

de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam d.d. 8 mei 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] ,

p. 39-40) ingediend en/of doen indienen en ter onderbouwing van deze

financiering - onder meer - de volgende stukken verstrekt en/of doen

verstrekken aan [naam bedrijf 7] :

- een (valse) arbeidsovereenkomst tussen [naam bedrijf 1] en

[naam medeverdachte 4] d.d. 1 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 45-46) en/of;

- een (valse) loonafrekening afkomstig van [naam bedrijf 1] ,

gericht aan [naam medeverdachte 4] , over april 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 44)

en/of;

- een (valse) model-werkgeversverklaring voor werknemer [naam medeverdachte 4]

ondertekend door [naam bedrijf 1] d.d. 27 april 2006

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 43),

waardoor hij en/of zijn medeverdachte(n) aan de hypotheekverstrekker(s):

[naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of [naam bedrijf 8]

en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 7] ,

ten behoeve van voornoemde financiering(en), (telkens) een onjuist en/of

onvolledig beeld met betrekking tot de kredietwaardigheid van [naam medeverdachte 2] en/of

[naam medeverdachte 3] en/of [naam medeverdachte 4] heeft/hebben voorgespiegeld, waardoor eerder

genoemde hypotheekverstrekker(s) (telkens) werd(en) bewogen tot

bovenomschreven afgifte(n);

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 september

2005 tot en met 26 juli 2006, in de gemeente(n) Rotterdam en/of Ridderkerk

en/of Alkmaar en/of Nijkerk en/of Utrecht en/of Amersfoort, althans in

Nederland,

tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen,

althans eenmaal,

(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te

bevoordelen, door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels,

- [naam bedrijf 2] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig

uit een bouwdepot) van (in totaal) 10.934 euro, in elk geval een bedrag,

voor het monteren van een [naam 2] Keuken en/of het leveren van bad- en

toilet sanitair en/of voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor

het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 2] ,

p. 421-422) en/of;

- [naam bedrijf 3] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig uit een

bouwdepot) van (in totaal) 11.000 euro, in elk geval een bedrag, voor

diverse werkzaamheden voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2]

te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 167) en/of;

- [naam bedrijf 4] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag (afkomstig uit een

bouwdepot) van (in totaal) 10.230 euro, in elk geval een bedrag, voor het

monteren van een [naam 2] Keuken en/of het leveren van bad- en toilet

sanitair en/of voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor het

pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 164-167) en/of;

- [naam bedrijf 5] heeft bewogen tot de afgifte van (een) bedrag(en)

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 11.630 euro, in elk geval een

bedrag, voor diverse stucadoor-werkzaamheden en/of voor het leveren en

monteren van een [naam 2] Keuken en/of voor het leveren van bad- en

toilet sanitair en/of voor het leveren en plaatsen van een houten vloer voor

het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 88-91) en/of;

- [naam bedrijf 6] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 8.000,37 euro, in elk geval

een bedrag, voor het leveren en plaatsen dubbelglas en/of het leveren en

plaatsen cv-installatie en/of algehele afwerking voor het pand aan [straatnaam 1]

[huisnummer 7] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 181-182) en/of;

- [naam bedrijf 7] heeft bewogen tot de afgifte van een bedrag

(afkomstig uit een bouwdepot) van (in totaal) 11.602,50 euro, in elk geval

een bedrag, voor vloerafwerking en/of het leggen van laminaat met

ondervloer en/of het plaatsen van een nieuwe keuken inclusief electra en

water en gas en/of tuinaanleg en bestrating voor het pand aan

de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 97-98),

in elk geval van enig goed/geldbedrag,

immers heeft/hebben hij en/of zijn medeverdachte(n) met vorenomschreven

oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk

en/of in strijd met de waarheid ten aanzien van:

[naam bedrijf 2] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 1]

te Rotterdam d.d. 11 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 420) ingediend en/of

laten indienen en/of ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur

d.d. 22 februari 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 2] ,

p. 422) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 2] ;

en/of

[naam bedrijf 3] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van verkrijging van

een bouwdepot) voor het pand aan de [staatnaam] [huisnummer 2] te Rotterdam

d.d. 4 januari 2006 (Dossier [naam medeverdachte 2] , p. 166) ingediend en/of laten indienen

en/of ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur d.d.

18 februari 2006 uitgegeven door [naam aannemer 2] projectverzorging (Dossier

[naam medeverdachte 2] , p. 167) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 3] ;

en/of

[naam bedrijf 4] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van verkrijging van

een bouwdepot) voor het pand aan de [straatnaam 2] [huisnummer 3] te Rotterdam d.d.

7 september 2005 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 163) ingediend en/of laten indienen

en/of ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur d.d.

15 november 2005 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 165)

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 4] ;

en/of

[naam bedrijf 5] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan de [straatnaam 3] [huisnummer 4]

te Rotterdam d.d. 14 september 2009 (Dossier [naam medeverdachte 3] , p. 87) ingediend en/of

laten indienen en/of ter uitbetaling van het bouwdepot een (valse) factuur

d.d. 15 november 2005 uitgegeven door [naam bedrijf 9] (Dossier [naam medeverdachte 3] ,

p. 91) verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 5] ;

en/of

[naam bedrijf 6] , een (vals) verbouwingsplan (ten behoeve van

verkrijging van een bouwdepot) voor het pand aan [straatnaam 1]

[huisnummer 5] te Rotterdam d.d. 15 maart 2006 (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 159)

ingediend en/of laten indienen en/of ter uitbetaling van het bouwdepot een

(valse) factuur d.d. 12 juni 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 10]

(Dossier [naam medeverdachte 4] , p.182 ) verstrekt en/of doen verstrekken aan

[naam bedrijf 6] ;

en/of

[naam bedrijf 7] , ter uitbetaling van het bouwdepot voor het pand

aan de [straatnaam 4] [huisnummer 6] te Rotterdam, een (valse) factuur d.d.

13 juni 2006 uitgegeven door [naam bedrijf 11] (Dossier [naam medeverdachte 4] , p. 98)

verstrekt en/of doen verstrekken aan [naam bedrijf 7] ,

waardoor hij en/of zijn medeverdachte(n) aan de verstrekker(s) van de/het

bouwdepot(s): [naam bedrijf 2] en/of [naam bedrijf 3] en/of [naam bedrijf 4] en/of

[naam bedrijf 5] en/of [naam bedrijf 6] en/of [naam bedrijf 12]

ten behoeve van voornoemde financiering(en) (telkens) een

onjuist en/of onvolledig beeld met betrekking tot de (uit te voeren en/of

uitgevoerde) verbouwingswerkzaamheden ten aanzien van bovengenoemd(e) pand(en)

heeft/hebben voorgespiegeld, waardoor eerder genoemde verstrekker(s) van

de/het bouwdepot(s) (telkens) werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte(n).


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature